Artiesten Belangen Centrum ABC
Knipselkrant
Inzendingen
Knipselkrant
Advertenties
Oproepen
Fotogallery

Bijverdiensten of inkomsten als freelancer, alfahulp, artiest of beroepssporter

Wie is artiest definitie volgens de belastingdienst

Nieuwe druk van Artiest en Fiscus


Gerechtelijke uitspraak over klacht optreden Sinterklaas.


Zelfstandigenaftrek soms ook voor meewerkende partner


Branchecatalogus versterkt geluid (pdf)

Offerte opstellen hoe doe ik dat?

De nieuwe personenvennootschappen openbare vennootschap (OV)
 

Wijzigingen DGA 2008 Directeur grootaandeelhouder

 

Kwalifikatiedossier MBO-artiest 2008-2009 (pdf)


De Kleine Vergoedingsregeling (KVR), voorheen Kleine Artiestenregeling. (door André Hubregtse)


 


 
Bijverdiensten of inkomsten als freelancer, alfahulp, artiest of beroepssporter

(bron belastingdienst)

Werkte u in 2007 als freelancer of alfahulp, of had u bijverdiensten? Dan kan het zijn dat op uw inkomsten geen loonheffing werd ingehouden en dat deze inkomsten ook geen winst uit onderneming zijn. Of was u in 2007 als artiest of beroepssporter niet in dienstbetrekking? In al deze gevallen had u opbrengsten uit overige werkzaamheden door het verrichten van arbeid.

Hebt u aftrekbare kosten gemaakt voor deze opbrengsten uit overige werkzaamheden? Dan mag u deze gewoon aftrekken. Het verschil tussen opbrengsten en kosten zijn de inkomsten uit overige werkzaamheden.

Administratie

U bent niet verplicht een administratie bij te houden van uw opbrengsten en kosten uit overige werkzaamheden. Maar als wij u om inlichtingen en gegevens over deze werkzaamheden vragen, bent u echter wel verplicht deze binnen een redelijke termijn en op een overzichtelijke wijze te verstrekken. Het is dus belangrijk dat u gegevens bewaart waarmee u kunt laten zien hoe u tot de vermelde bedragen bent gekomen. Dit zijn bijvoorbeeld (kassa)bonnen, facturen, kwitanties en rekeningoverzichten van uw bank of giro. Of de door u gemaakte berekening als u op een bedrijfsmiddel afschrijft.

Let op!

Als u ondernemer bent voor de omzetbelasting, moet u wel een administratie bijhouden.

Als er wel loonheffing is ingehouden

Als u met uw opdrachtgever bent overeengekomen dat hij wel loonheffing zou inhouden, dan geeft u uw inkomen en loonheffing aan als inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking die onder de loonheffing vielen.

naar boven 



Wie is artiest? 
 

Artiesten zijn personen die optreden voor publiek en daarbij een artistieke prestatie leveren. Het doet er niet toe of dat optreden direct voor publiek gebeurt, of indirect via radio, televisie, cd, dvd enzovoort. Artiesten zijn bijvoorbeeld: leiders en leden van bands en orkesten, conferenciers, komieken, zangers, solomusici, acrobaten, goochelaars, buiksprekers, mimespelers, poppenspelers en acteurs. Ook een acteur die wordt ingehuurd om een rol te spelen in een praktijksimulatie in het kader van een opleiding, is een artiest. Daarnaast kan een diskjockey (DJ) een artiest zijn. Geen artiesten zijn bijvoorbeeld: regisseurs en geluids-, opname- en belichtingstechnici. Het maakt niet uit of een artiest beroepsmatig optreedt of als amateur. Het is ook niet van belang of een artiest alleen optreedt of samen met een artiestengezelschap.

naar boven


Nieuwe druk van Artiest en Fiscus

Uitgeverij Kluwer heeft een nieuwe druk van het boek Artiest en Fiscus uitgebracht.

Voor artiesten gelden afwijkende belastingregels. Zowel organisatoren als de artiesten zelf hebben daar vaak mee te maken en moeten speciale formulieren invullen en verklaringen aanvragen. Als dat niet goed gebeurt, dreigt de heffing van het anoniementarief of dubbele belastingheffing.

 

In 'Artiest en fiscus' hebben drie gespecialiseerde belastingadviseurs hun ervaring en kennis van de belastingregels voor artiesten op papier gezet. Zowel artiesten als organisatoren, managers, belastingadviseurs, accountants en andere begeleiders vinden in het boek antwoorden op hun vragen. De auteurs geven niet alleen uitleg over het voorkomen van problemen, maar adviseren ook hoe slim met de bijzondere regels kan worden omgegaan. Dit geldt niet alleen voor beroepsartiesten, maar ook voor amateur-artiesten, waarvoor bijzondere regels zijn gemaakt. In aparte hoofdstukken worden ook de belastingregels voor internationale artiesten behandeld. De toenemende vrijheid binnen Europa leidt tot meer optredens en het boek geeft ook de belastingregels van andere landen dan Nederland weer.

 

Dit praktijkboek voorziet al jaren in de grote behoefte aan een overzichtelijke wegwijzer in het doolhof van de specifieke belastingregels voor artiesten. Achterin zijn telkens de actuele netto-brutotabellen opgenomen.

 

In deze negende, herziene druk is het boek weer helemaal aan alle nieuwe regels aangepast

Het boek is te koop in een goede boekwinkel of bij Kluwer, klik hier

 

naar boven




Gerechtelijke uitspraak over klacht optreden Sinterklaas.      Datum:17-10-2007

De partijen hierna te noemen als Sinterklaas (acteur) bemiddelaar (bureau) en opdrachtgever (bedrijf).

Entertainmentrecht. Bij de vertolking van de rol van Sinterklaas komt aan de acteur een ruime mate van artistieke vrijheid toe. In het kader van de onderhavige inspanningsovereenkomst zijn de grenzen van die vrijheid niet overschreden. Van een toerekenbare tekortkoming is dan ook geen sprake. 

In november 2006 zijn partijen overeengekomen dat Sinterklaas een vijftal optredens zou verzorgen. Over een aantal optreden zijn echter klachten binnengekomen bij de bemiddelaar, die vervolgens een gedeelte van de rekeningen onbetaald heeft gelaten. Eiser Sinterklaas vordert nakoming, Bemiddelaar beroept zich op wanprestatie. De kantonrechter kiest de zijde van eiser.

De binnengekomen klachten zijn in extenso opgenomen in het vonnis: “Vanochtend veel positieve reacties (voor de totale show) ontvangen behalve van de Sint. Niemand is hier positief over. Daarnaast had de ene hoofdpiet rare uitspraken (zoals sexy meisjes) en de andere piet gaf aan pas nieuw te zijn. Ook was de jute zak om het hoofd van een vader ook niet echt opvoedkundig. Aangezien we om professionele personen gevraagd hadden zou ik het netjes vinden als er nog iets aan de prijs van de Sint en de pieten gedaan kan worden.“

Een ander bedrijf bericht: “(…) aangezien wij zeer ontevreden waren over het optreden van Sinterklaas. Dit was zeer onprofessioneel en zeker niet pedagogisch verantwoord. Hier baalden wij sterk van aangezien bemiddelaar richting ons had aangegeven dat zij alleen met professionele acteurs werken. Enkele besproken voorbeelden waren onder andere:

-  Wij hadden met bemiddelaar en met het hotel de afspraak gemaakt om niet te strooien i.v.m. de marmeren vloer zou dit de veiligheid van de kinderen niet ten goede komen. Uiteindelijk moesten de kinderen toch van de sinterklaas leren strooien, maar wel dusdanig dat ze op een gegegeven moment aangemoedigd werden om recht tegen het (kinder)publiek in zo hard mogelijk te gooien.
-  Ook was er een meisje dat tijdens het optreden moest huilen bij Sinterklaas. Sinterklaas ondernam geen enkele adequate actie het kind te troosten.
-  Daarnaast vonden wij dat de Sinterklaas erg dominant aanwezig was, hij kwam veel te streng over en was ook vrij kort af richting de kinderen.
-  Ook hebben wij ervaren dat er niet een duidelijke spanningsboog in het verhaal aanwezig was. De Sinterklaas was meer bepaalde onderdelen aan het afraffelen i.p.v. dat hij zijn gedachten richting de kinderen richtte.
-  Wat wij ook niet vinden kunnen is dat de Sinterklaas en de hulppieten de woorden sexy meisjes noemen. Dat heeft geen enkele toegevoegde waarde voor het verhaal.
-  Sowieso hadden wij eigen collega’s gevonden die ook als pieten verkleed mee hebben gedaan aan het Sinterklaasverhaal. Achter de schermen hebben we ook geen leuke momenten met de Sinterklaas beleefd. De collega’s werden duidelijk door de Sinterklaas genegeerd en toen wij de moeite deden met hem in contact te komen was daar weinig behoefte aan.
-  Het toppunt van de middag was dat er zich een situatie voordeed waarbij een vader naar voren moest komen en een jute zak over zijn hoofd kreeg, een actie die naar onze mening voor kinderen zeer ongepast is.

De kantonrechter is echter uitvoerig gemotiveerd van oordeel dat de acteurs van Sinterklaas bij de invulling van hun rollen een ruime mate van (artistieke) vrijheid toekomt. Cruciaal is dat zij zich hebben in te spannen om als redelijk bekwaam acteur een voor de kinderen die het aangaat herkenbare Sinterklaas en Zwarte Piet vertolken.

“Dit uitgangspunt brengt onder meer mee dat de rollen door verschillende acteurs op verschillende manieren kunnen worden vormgegeven zonder dat de geloofwaardigheid van Sinterklaas en Zwarte Piet in het gedrang komt. Dat de één daarbij de voorkeur geeft aan de vertolking van Bram van der Vlugt en de andere aan die van de vader van Toon Hermans doet daaraan niet af. Dat is een kwestie van smaak die hier niet ter discussie staat.

De grenzen van de vrijheid van de acteurs worden verder bepaald door de in acht te nemen goede zeden, de maatschappelijke zorgvuldigheid en de al dan niet nader omschreven contractuele verplichting van de acteurs c.q. hun opdrachtgevers om Sinterklaas en Zwarte Piet - en niet de Kerstman - neer te zetten. Deze grenzen zijn in casu niet overschreden.

Zo staat het Sinterklaas - solidair met de kinderen en wat minder met vader en moeder - soms vrij om de kinderen aan te sporen gezagsondermijnende dingen te doen die ze thuis met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet mogen, zoals het strooien en gooien met snoep. In dat kader past – daargelaten of de desbetreffende scène een cultureel hoogtepunt was - heel goed dat een stoute vader in de zak van Sinterklaas wordt gestopt.

Dat is uiteraard anders indien deze acties reëel gevaar opleveren of wanneer het contract van partijen dat verbiedt. In dit geval is evenwel gesteld noch gebleken dat dergelijk gevaar zich concreet heeft gemanifesteerd. Bovendien kent het contract ter zake geen verbod.

Weliswaar heeft de opdrachtgeefster van bemiddelaar betoogd dat zij – bemiddelaar - hadden afgesproken dat strooigoed achterwege moest blijven in verband met de marmeren vloer, maar gesteld noch gebleken is dat die boodschap ook aan Sinterklaas is doorgegeven. Overigens hadden de organisatoren eenvoudig kunnen ingrijpen als daartoe aanleiding had bestaan.

In het licht van eerder gememoreerde artistieke vrijheid en grenzen en het verschil van (goede) smaak kan het Sinterklaas voorts niet worden tegengeworpen dat hij - in de ogen van de volwassenen - geen spanningsboog opbouwt, snel spreekt, zwijgzaam, kortaf en zakelijk is of zich door de kennelijk nogal dominante Hoofdpiet laat overtroeven.

De uitlating sexy meisjes levert zonder nadere toelichting van bemiddelaar, welke toelichting ontbreekt, evenmin een tekortkoming op als bedoeld in artikel 6:265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. De omstandigheid dat Sinterklaas heeft nagelaten een huilend meisje in een groep van 80 kinderen adequaat te troosten maakt dat oordeel niet anders, al was het maar omdat de door bemiddelaar gekozen bewoordingen niet duidelijk maken wat onder de gegeven omstandigheden van Sinterklaas werd verwacht. Ook de stelling dat Sinterklaas zich achter de coulissen afstandelijke gedroeg jegens de als Zwarte Piet verklede medewerkers van de opdrachtgever kan bemiddelaar niet baten.”

De kantonrechter is op grond van hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat Sinterklaas jegens bemiddelaar niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de onderhavige overeenkomst. Hij vindt steun voor dit oordeel in de omstandigheid dat de opdrachtgeefsters van bemiddelaar haar kennelijk ook niet uit hoofde van wanprestatie hebben aangesproken. Weliswaar heeft bemiddelaar gevraagd iets aan de prijs te doen, maar dat is hier gelet op het vrijblijvende karakter van het verzoek niet redengevend, te meer nu opdrachtgever heeft nagelaten aan te geven wat zij aan de prijs heeft gedaan. Opdrachtgever heeft over de prijs in het geheel niet gesoebat, zodat het ervoor moet worden gehouden dat de opdrachtgevers van bemiddelaar haar (nagenoeg) volledig hebben betaald.

Lees het vonnis hier.

naar boven



Zelfstandigenaftrek soms ook voor meewerkende partner  (Bron: De Zaak, auteur Martin Krüger)  

Heeft u een samenwerkingsverband met uw partner en verricht die werkzaamheden die meer dan alleen ondersteunend van aard zijn? Dan heeft ook hij of zij mogelijk recht op fiscale voordelen zoals de zelfstandigenaftrek.   

Partner is naaste verwant

Met meewerkende partner wordt in dit geval een naaste verwant bedoeld. De wettelijke term daarvoor is verbonden persoon,ofwel: iemand die deel uitmaakt van het huishouden, een bloed- of aanverwant in rechte lijn of iemand die behoort tot het huishouden daarvan. 

 

Inkomstenbelasting

Voor het samenwerkingsverband geldt dat dit onder de inkomstenbelasting moet vallen, zoals een maatschap, vennootschap onder firma, man-vrouwfirma of een commanditaire vennootschap, omdat alleen dan zelfstandigenaftrek mogelijk is. Bij een BV of NV is dat niet het geval.

 

Urencriterium

Om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek moet ook worden voldaan aan het urencriterium . Daarvoor gelden twee voorwaarden. Ten eerste moet er per kalenderjaar minimaal 1225 uur voor het bedrijf worden gewerkt, tenzij u starter bent, zwanger of vanuit een uitkering begint. In die gevallen is het aantal uur lager. Verder moet u meer dan 50% van uw totale arbeidstijd besteden aan de onderneming.

 

Uren tellen niet altijd mee

Daarmee zijn we bij de kern van het probleem beland. In deze situatie is het namelijk zeer de vraag of gewerkte uren wel mógen worden meegeteld voor het urencriterium. Om dat te bepalen wordt gekeken naar het soort werkzaamheden en hoe gebruikelijk het is dat een dergelijk samenwerkingsverband wordt aangegaan.

 

Werkzaamheden van ondersteunende aard

Als de meewerkende partner hoofdzakelijk -ofwel voor meer dan 70%- werkzaamheden verricht die ondersteunend van aard zijn, tellen de gewerkte uren niet mee. In het geval van bijvoorbeeld een coachingsbedrijf: de meewerkende partner is niet actief als coach, maar regelt de afspraken en handelt diverse administratieve klussen af. De werkzaamheden worden dan als ondersteunend gezien en mogen niet meegeteld worden voor het urencriterium.  

Het kan echter wél zo zijn dat alle werkzaamheden tezamen dusdanig belangrijk zijn voor het bedrijf, dat zij als beleidsbepalend kunnen worden gezien. Én dus meer dan ondersteunend van aard.

 

Ongebruikelijk samenwerkingsverband

De uren tellen ook niet mee als het ongebruikelijk is dat niet verbonden personen een dergelijk samenwerkingsverband aangaan. Ofwel: als personen die niet elkaars partner zijn of anderszins in (familie)relatie tot elkaar staan, niet snel een dergelijk samenwerkingsverband zouden aangaan. Een voorbeeld daarvan is een vennootschap onder firma tussen een tandarts en zijn assistent. Tenzij die assistent een verbonden persoon is.

 

Voorbeeld

Een ondernemende partner voerde in de inkomstenbelasting de zelfstandigenaftrek op. Zij vormt samen met haar echtgenoot een VOF die onderwijskundige diensten aanbiedt. Voor dit bedrijf organiseerde zij de werkzaamheden, het personeelsbeleid en de contacten met mogelijke klanten.

De fiscus stelde echter dat zij niet aan het urencriterium voldeed, waarna de rechter zich over de zaak boog. Die oordeelde dat de werkzaamheden weinig te maken hadden met de hoofdactiviteit van het bedrijf en los van elkaar bezien hoofdzakelijk van ondersteunende aard waren.

Daarna stelde de rechter echter dat zij een essentiële en zelfstandige rol had vervuld met haar werkzaamheden, die in wezen het management van de onderneming betroffen. In onderling verband en samenhang waren zij daardoor dermate wezenlijk en (mede) beleidsbepalend dat zij voor meer dan 30% van meer dan ondersteunde aard waren.

En daarmee voldeed zij dus wel aan het urencriterium.


naar boven

 


  
Offerte opstellen 
 
Een offerte is een omschrijving van de diensten die u aanbiedt. U vermeldt in de offerte precies wat u gaat doen en voor welk bedrag. Een klant kan op basis van de offerte een relatie leggen tussen de prijs en de aangeboden dienst.
 
Verplicht in een offerte
In een offerte moeten in ieder geval zijn opgenomen: 
* uw bedrijfsgegevens
* de gegevens van uw klant
* geldigheidsduur van de offerte
* omschrijving van de dienst
* levertijd (geef duidelijk aan of het om een indicatie gaat of om een exacte leverdatum)
* prijs en gehanteerde tarieven
* betalingstermijn
* eventuele tussentijdse evaluatie(s
* eventuele algemene voorwaarden
* de bepaling dat de offerte vrijblijvend is voor beide partijen
 
Werk dat nog niet in te schatten is
Met een stelpost kunt u delen van de offerte, die nog niet nauwkeurig te bepalen zijn, toch opnemen in uw offerte. Bijvoorbeeld wanneer u een collega-dienstverlener voor een deel van de opdracht wilt inschakelen. U kunt niet onbeperkt kosten boeken op de stelposten; u bent verplicht om consumenten op verzoek een specificatie van de stelposten te geven.
 
Tip: wees zo duidelijk mogelijk voor uw potentiële klant. Als stelposten pas na aanvang van de werkzaamheden goed kunnen worden ingeschat, kunt u afspreken dat u de stelposten verduidelijkt zodra u wel een inschatting heeft, in plaats van na afloop van de werkzaamheden. Zo voorkomt u misverstanden en verrassingen achteraf.
 
Vaste structuur
Het is handig om bij het maken van uw offerte een vaste structuur aan te houden. Een veelgebruikte volgorde is:
* aanleiding
* beschrijving van de situatie bij de klant
* vraag van de klant
* de door u voorgestelde aanpak/oplossing
* benodigde investering
* vervolgstappen
 
Vergoeding en eigendom
In principe hoeft een potentiële klant niet voor een offerte te betalen. Als u echter veel werk aan een offerte heeft, of de offerte alleen kunt maken door een deel van het werk al te doen (denk aan bijvoorbeeld bouwtekeningen), is het redelijk dat u met de consument afspreekt dat hij of zij u een vergoeding betaalt.
 
 
 

 
De nieuwe personenvennootschappen (Bron: de zaak, auteur: Mary de Leeuw)
 
Met de invoering van de Wet Personenvennootschappen zijn de maatschap, VOF en de CV als rechtsvorm binnenkort verleden tijd. Deze rechtsvormen worden vervangen door personenvennootschappen. U kunt straks kiezen voor een openbare vennootschap (OV) met of zonder rechtspersoonlijkheid.
 
Welke ondernemingsvormen zijn er?
Op dit moment kennen we in Nederland zeven verschillende ondernemingsvormen: eenmanszaak, stille maatschap, openbare maatschap, vennootschap onder firma (VOF), commanditaire vennootschap (CV), besloten vennootschap (BV) en naamloze vennootschap (NV).
 
Met de Wet Personenvennootschappen komen de maatschap (stille en openbare), de VOF en de CV te vervallen. Hiervoor in de plaats komen zogenoemde personenvennootschappen:
 
Stille vennootschap (SV)
Openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (OV)
Openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (OVR)
Alle overige rechtsvormen blijven bestaan.
 
Wat moet u doen?
Als u niets doet dan gaat uw bestaande VOF, CV of maatschap na de wetswijziging automatisch over in een openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (OV). Een stille maatschap gaat over in een stille vennootschap (SV). Anders dan een maatschap moet een OV wel ingeschreven worden in het handelsregister, en dat moet u zelf regelen. Een VOF en CV staan al bij het register ingeschreven. Vanaf de wetswijziging moet u na uw bedrijfsnaam ook OV op uw correspondentie vermelden.
 
Keuze voor rechtspersoonlijkheid
U kunt ook kiezen voor een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (OVR); uw onderneming wordt dan eeeen zelfstandig rechtspersoon. Goederen die u koopt op naam van uw bedrijf worden eigendom van de onderneming. Bij een VOF, CV en maatschap zijn goederen – inclusief onroerende zaken – eigendom van de verschillende vennoten of maten. Dat is nogal eens ingewikkeld als een van de vennoten of maten opstapt. Een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid biedt ook voordelen bij overdracht van een bedrijf.
 
Kiest u voor een OVR dan moet u wél stappen ondernemen. De vennoten moeten een nieuwe overeenkomst opstellen, waaruit duidelijk blijkt dat de onderneming voortaan een rechtspersoon is. Die overeenkomst moet door een notaris – bij notariële akte – worden vastgelegd. Vervolgens moet de OVR ingeschreven worden in het handelsregister; ook uit die inschrijving moet blijken dat het om een rechtspersoon gaat. Na oprichting van de OVR moet u achter uw bedrijfsnaam OVR vermelden.  
 
Gevolgen voor VOF, CV, maatschap en stille vennootschap
De huidige wet maakt onderscheid tussen een VOF/CV en maatschap. De eerste is voor de uitoefening van een bedrijf, de laatste voor de uitoefening van een beroep. Dit verschil verdwijnt. Onder de nieuwe wet gaan de VOF/CV en maatschap op in een openbare vennootschap.
 
Ook de commanditaire vennootschap wordt een openbare vennootschap, naar keuze met of zonder rechtspersoonlijkheid. In feite verandert er voor CV’s niet zoveel; de commanditaire vennoten (de geldschieters) houden dezelfde bevoegdheden als nu. Ook hun aansprakelijkheid blijft beperkt tot hun investering. Verder gelden dezelfde regels als bij een VOF. De term commanditaire vennootschap blijft bestaan, op uw correspondentie vermeldt u dus: CV. Ook bij een CV kunt u kiezen voor rechtspersoonlijkheid, hiervoor geldt net als bij de OV dat die keuze moet worden vastgelegd in een notariële akte. Op uw correspondentie vermeldt u CVR.
 
De toekomstige stille vennootschap (SV) treedt niet onder een gemeenschappelijke naam naar buiten, net als nu de stille maatschap. Stille maatschappen worden bijvoorbeeld opgericht om kosten te delen, zoals huur en administratiekosten. Die samenwerking geldt alleen intern, want extern werkt elke maat voor zijn eigen naam, heeft zijn eigen klanten en gebruikt eigen facturen. Een stille maatschap gaat na de wetswijziging automatisch over in een SV. Bij een SV kunt u niet kiezen voor rechtspersoonlijkheid. Wilt u dat wel, dan zult u verder moeten gaan als openbare vennootschap en ook als zodanig naar buiten treden.
 
Vermogen
Een VOF heeft een afgescheiden vermogen, maar dit vermogen blijft wel het vermogen van de firmanten. Als een VOF iets koopt, worden de vennoten gezamenlijk eigenaar. Zijn er twee vennoten en koopt één een pc op naam van de zaak, dan worden beiden voor de helft eigenaar van de pc. Dat regime blijft gelden voor gewone OV’s. Bij een OVR (en CVR) zit dat anders; de OVR wordt als rechtspersoon zelf eigenaar van goederen. Het ondernemingsvermogen wordt eigendom van de onderneming en de OVR kan in eigen naam eigendom verwerven.
 
Onroerende zaken
Wat voor het vermogen geldt, geldt ook voor onroerende zaken. Als maten of vennoten nu een bedrijfspand kopen, wordt niet de onderneming eigenaar maar de vennoten/maten. Zijn de vennoten of maten in gemeenschap van goederen getrouwd, dan wordt ook de partner deels eigenaar. Dat maakt de situatie complex, vooral als een van de deelnemers opstapt, want dan moeten alle bezittingen verdeeld worden.
 
Bij een OVR speelt dit probleem niet. De vennootschap kan zelf eigendom verwerven en zelf een hypotheek afsluiten. Bij de komst van een nieuwe vennoot of het vertrek van een vennoot hoeven de bezittingen uit het vennootschapsvermogen niet langer verdeeld te worden. Alle bezittingen zijn immers van de vennootschap zelf. De vertrekkende vennoot krijgt wel een vordering op de vennootschap, maar opheffen, verdelen en opnieuw beginnen hoeft niet meer.
 
Overdracht
Een vennootschap houdt nu op te bestaan met de komst of het vertrek van één van de vennoten. Komt er een nieuwe zakenpartner bij, dan ontstaat juridisch gezien een nieuwe onderneming. En bij de dood of het faillissement van een van de partners, moet de VOF worden ontbonden. Kiest u voor rechtspersoonlijkheid dan wordt toetreding en uittreding een stuk simpeler. Een uittredende vennoot kan worden opgevolgd door een familielid of een derde. Hij hoeft alleen zijn aandeel in de onderneming over te dragen aan zijn opvolger. Opheffen of ontbinden is niet meer aan de orde, de OVR blijft gewoon intact. Hetzelfde geldt bij toetreding van een extra vennoot: de nieuwkomer verwerft gewoon een aandeel in het bedrijf.
 
Aansprakelijkheid
Volgens de huidige regels zijn vennoten van een VOF en de beherende vennoten van een CV ieder hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de vennootschap. Een schuldeiser kan elke vennoot aanspreken (ook privé) voor de hele schuld. Alleen de commanditaire (stille) vennoot kan nooit meer verliezen dan zijn inleg.
 
Bij een maatschap zit dat anders: maten binnen een maatschap zijn elk voor gelijke delen verbonden aan de schuld. Dat wil zeggen dat als er vijf gelijkelijk participerende maten zijn, ieder van hen aansprakelijk is voor 1/5 deel van de schuld. In de praktijk zal een schuldeiser overigens eerst het gemeenschappelijke vennootschaps- of maatschapsvermogen aanspreken en pas daarna de deelnemers afzonderlijk.
 
In het nieuwe regime gaan de regels van de vennootschap voor alle OV’s en OVR’s gelden: alle vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de hele schuld (ook privé). De aansprakelijkheid van voormalige maten in een maatschap wordt daarmee verzwaard. Dat is een belangrijk verschil met een NV, waar vennoten in principe niet privé aangesproken kunnen worden. Vennoten binnen een OV of OVR kunnen geen andere regeling treffen, de aansprakelijkheidsregeling is in de wet vastgelegd en daarmee bindend. Voor een SV blijft het huidige regime gelden.
 
Fiscale gevolgen
Een ondernemer in een VOF of maatschap valt onder de inkomstenbelasting. Het bedrijfsresultaat is belast als winst uit onderneming. Met de overstap naar OV of OVR verandert daaraan niets, beide rechtsvormen vallen niet onder de vennootschapsbelasting. Als ondernemer in een personenvennootschap betaalt u ‘alleen’ inkomstenbelasting. Het fiscale deel van de nieuwe Wet Personenvennootschappen is overigens nog niet helemaal afgekaart, er kan dus nog wel iets wijzigen.
 
OVR of BV?
Een OVR kunt u zien als een rechtsvorm tussen OV en BV in. Een OVR heeft een aantal voordelen van een BV, maar niet alle. De OVR kan zelfstandig rechtshandelingen (zoals koop en verkoop) verrichten, maar de aansprakelijkheid van de vennoten is zwaarder dan binnen een BV. Daar staat weer tegenover dat aan een BV zwaardere financiële eisen worden gesteld, zo is het minimale startkapitaal € 18.000,- en valt een BV onder de vennootschapsbelasting.
 
Denkt u dat een BV u meer voordeel oplevert dan een OVR? Door de Wet Personenvennootschappen wordt de overstap makkelijker. Onder de nieuwe wet kan een OVR (en CVR) vrij eenvoudig worden omgezet in een BV. Daarvoor moet u aan de volgende eisen voldoen:
 
Voldoende financiële middelen;
Een overeenkomst tussen tenminste tweederde van de vennoten tot omzetting van de vennootschap in een BV;
Een verklaring van geen bezwaar van het Ministerie van Justitie;
Een accountsverklaring;
Een notariële omzettingsakte met daarin de BV-statuten;
Een rechterlijke machtiging.
Dit klinkt ingewikkelder dan het is: een notaris kan het allemaal voor u regelen. Het enige waar u voor moet zorgen is dat de financiën kloppen en dat minimaal 2/3 van de vennoten omzetting naar een BV wil. Het grote voordeel is dat het vermogen van de OVR na omzetting gewoon overgaat naar de BV. Tot nu toe was levering van vermogensbestanddelen van een VOF naar een BV zeer ingewikkeld. Dat is komen te vervallen, voor vennootschappen met veel verschillende vermogensbestanddelen (zoals aandelen, onroerende zaken, vorderingen, schulden, intellectuele eigendomsrechten etc.) is dat een belangrijke vereenvoudiging. En wilt u weer terug naar de OVR? Ook dan geldt dat het vermogen van de BV gewoon overgaat naar de OVR.
 
Wanneer gaat de nieuwe wet in?
Op 25 januari 2005 is het Wetsvoorstel Personenvennootschappen goedgekeurd door de Tweede Kamer. Nu ligt het voorstel voor behandeling in de Eerste Kamer. Verwacht wordt dat de wet medio 2007 in werking treedt. Doet u niets, dan wordt uw VOF of maatschap automatisch een OV.
De nieuwe wet is meer toegespitst op de huidige ontwikkelingen en moet de personenvennootschappen flexibeler, helderder en praktischer maken. De tijd van familiebedrijven die eeuwen standhouden is voorbij, de nieuwe wet is vooral gericht op continuïteit van het bedrijf. Daarom is het in- en uittreden van vennoten makkelijker gemaakt.
 
 

 
Wijzigingen Directeur Groot Aandeelhouder 2008

Om de administratieve lasten voor de dga kleiner te maken, heeft de regering op Prinsjesdag 2007 voorgesteld om de dga die niet verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen ‘uit de loonheffing te halen’. De bv waarvan alleen de dga werknemer is, vaak de holding, zou voor de dga geen loonadministratie meer hoeven te voeren. De dga zou de belasting en de premies betalen via voorlopige en definitieve aanslagen. De regelingen bleken echter slecht doordacht en zijn een jaar uitgesteld. Toch blijft in 2008 niet alles bij het oude voor de dga.

Inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
Voor de dga die verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen verandert er niets: de bv moet de hoge inkomensafhankelijke bijdrage (2008: 7,20%) vergoeden en afdragen aan de Belastingdienst. Er verandert echter wel wat voor de dga die niet verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Die gaat, zoals de gewone ondernemer, de lage inkomensafhankelijke bijdrage (2008: 5,10%) betalen. De bv draagt deze af, maar hoeft deze niet meer te vergoeden.

Omzetbelasting
Door een uitspraak van het Hof van Justitie van de EG, is een dga vanaf 18 oktober 2007 geen ondernemer meer voor de btw, althans niet uitsluitend vanwege zijn arbeidsverhouding met de bv. Vanaf 18 oktober 2007 kan de dga dus geen btw meer verrekenen voor facturen die aan hem persoonlijk zijn gericht. Daar staat tegenover, dat de fiscale eenheid tussen de dga en zijn bv(’s) vanaf die datum is verbroken. De dga is daarom vanaf 18 oktober 2007 niet meer aansprakelijk voor btw-schulden van de fiscale eenheid. De staatssecretaris van Financiën stelt zich op het standpunt, dat de dga voor goederen die hij zakelijk en privé gebruikt en waarvoor hij de btw heeft verrekend, de privé-btw nog moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Dat moet in één keer, via de laatste btw-aangifte over 2007. Na 17 oktober 2007 gefactureerde btw kan de dga volgens de staatssecretaris in het geheel niet meer aftrekken. Met name voor dga’s die de auto privé hebben of de btw op hun woon-werkpand hebben teruggevraagd heeft dit gevolgen. Laat u voorlichten door uw adviseur. Het is namelijk maar de vraag of er een wettelijke grondslag is voor de eindafrekening voor het privégebruik.

naar boven 


 

De Kleine Vergoedingsregeling (KVR), voorheen Kleine Artiestenregeling. (door André Hubregtse)

Wat is de KVR?

De KVR is een soort onkostenvergoeding voor artiesten die mag worden uitbetaald naast of in plaats van loon tot een bedrag van maximaal 136 euro per optreden. Het is een vergoeding waarover de opdrachtgever geen belasting en sociale premies hoeft te betalen. Voor de artiest is de vergoeding echter niet belastingvrij, waarover later in deze column meer.

Voor wie is de KVR bestemd?

De KVR kan worden toegepast door artiesten die niet in het bezit zijn van VAR/WUO (Verklaring Arbeidsrelatie met winst uit onderneming). Met een VAR/WUO werk je namelijk op factuur en breng je in de meeste gevallen BTW in rekening. Artiesten zonder een VAR/WUO moeten per optreden verplicht worden verloond en kunnen, als zij dat willen, op de gageverklaring aangeven of en in hoeverre zij gebruik wensen te maken van de KVR.

Hoe werkt de KVR?

Als een netto loon wordt afgesproken met een artiest komt daar normaal gesproken voor de opdrachtgever zo’n 70 à 80% bij in de vorm van belasting en sociale lasten. Dat maakt het onderhandelen over een redelijke prijs in veel gevallen lastig, vooral in de amateursector (onze veelgeprezen weekendwarriors). Ook maken artiesten over het algemeen veel kosten en daar wordt bij een normale verloning op geen enkele manier rekening mee gehouden. Om dit soort negatieve effecten het hoofd te bieden heeft de wetgever besloten dat bij de uitbetaling van artiesten de KVR mag worden toegepast. Vooral de amateursector is met deze regeling zeer goed bediend. Immers, in die sector wordt weinig verdiend en worden relatief veel kosten gemaakt. Bij toepassing van de KVR is voor de opdrachtgever daarmee de kous af: hij registreert de uitbetaling in zijn (loon)administratie en doet per persoon opgaaf van de uitbetaalde bedragen aan de belastingdienst. De artiest echter moet de ontvangen KVR-bedragen in de aangifte inkomstenbelasting aangeven als omzet en moet daar dus nog belasting over betalen. Veel artiesten weten dit niet en beschouwen de KVR ten onrechte als belastingvrij. Pleister op de wonde is de mogelijkheid van kostenaftrek; daarmee kan de te betalen inkomstenbelasting worden verminderd of geheel worden gecompenseerd. Boodschap van dit verhaal: zorg dat de ontvangen KVR-bedragen in verhouding staan tot de kosten die je maakt. Is dit niet het geval, zorg dan voor een spaarpotje voor de te verwachten belastingaanslag.

De artiest kiest

Tot 1-1-2007 kon om onbegrijpelijke redenen de KVR worden toegepast door de opdrachtgever zonder de artiest daarvan in kennis te stellen. Daarmee werd een praktijk van stiekeme voordeeltjes voor de opdrachtgevers gecreëerd ten koste van de artiest, want die kwam daar pas achter bij ontvangst van de jaaropgaaf (als die al kwam) of in de vorm van een brief van de belastingdienst met de bekende mag-ik-effe-vangen inhoud. Sinds 1-1-2007 maakt de artiest weer de dienst uit als het gaat om toepassing van de KVR. Als de artiest op de gageverklaring heeft aangegeven dat hij of zij geen gebruik wenst te maken van de KVR dan mag dat ook niet. Punt.

naar boven


HomeLidmaatschapAanmeldenLedenlijstVIP'sNieuwsbordFAQLinksContact
© 2010, Roelino